De onderwaterwereld van Defensie,
Mannen van Atlantis.
 
 
Als je een duik neemt in het personeelsbestand van Defensie, tref je aardig wat militairen aan die hun dagtaak grotendeels onder water uitvoeren. Zowel de land-, de marine- als de luchtcomponent tellen militaire duikers in hun rangen die gespecialiseerd zijn in uiteenlopende opdrachten. Laat je even mee onderdompelen in de onderwaterwereld van Defensie…

Het beroep van militair duiker is niet voor iedereen weggelegd. Je moet over de nodige fysieke en morele kwaliteiten beschikken vooraleer je een duikopleiding mag aanvatten. Alles begint natuurlijk bij je eigen interesse voor zo’n job. Elke militair kan zich via de hiërarchische weg kandidaat stellen voor een cursus duiken. Als burger kan je via het Defensiehuis in jouw provincie solliciteren naar een functie als duiker. Eerst en vooral kom je dan terecht in het Centrum voor Medische Expertise (CME) in Neder-over-Heembeek. Daar doorloop je eerst de normale selectieprocedure voor om het even welke militaire functie.
Foto Pierre Bogaert
Foto Nestor Elyn
Hierna volgen alle kandidaat-duikers, ongeacht hun origine, dezelfde weg. En deze leidt naar het Centrum voor Hyperbare Geneeskunde voor bijkomende fysieke en psychologische testen. Als je al deze stappen succesvol doorgesparteld hebt, kom je voor het eerst terecht bij de duikschool in Zeebrugge, waar de instructeurs je nog een dag bijkomende proeven voorschotelen. Word je ook hier geschikt bevonden, dan kan je met de eigenlijke duikopleiding beginnen. Alle kandidaat-duikers van de krijgsmacht en van de federale politie krijgen hun opleiding in de duikschool van de Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen, compagnie Zeebrugge (Dovo Cie Zeebrugge). Het vormingsprogramma voor onderofficieren en officieren om het brevet van duikmeester te behalen, is aangepast aan de eenheid en component waartoe de opgeleide duiker zal behoren.
Foto Nestor Elyn.
In een notendop zien de verschillende cycli er als volgt uit. De basisvorming of luchtmodule duurt vijftien weken. Daarin worden theorielessen voor meer dan de helft van de totale duur afgewisseld met praktijk. De theorie omvat onder meer fysica, apparaten, duiktabellen en uitgebreide EHBO (met brevet van het Rode Kruis). De duikpraktijk bestaat uit onderwatertechnieken in het zwembad en in het dok, nachtoefeningen en diepwaterstages.
De volgende fase duurt vier weken en staat volledig in het teken van non-autonoom duiken. Hierbij leren de duikers van de land- en de marinecomponent onder water werken zonder duikflessen op de rug. De luchtbevoorrading gebeurt via beademingstoestellen aan de oppervlakte.
Daarop volgt de zuurstofmodule, die twee weken duurt voor de duikers van de marine en drie weken voor de landcomponent. De marine beperkt zich tot de kennismaking met zuurstofapparatuur, terwijl de duikers van de landcomponent zich verder verdiepen in langeafstandszwemmen, gebruik van het kompas onder water, enzovoort. De zuurstofapparatuur biedt het tactische voordeel dat de duikers geen luchtbelsporen op het wateroppervlak achterlaten, wat een onopgemerkte verplaatsing onder water toelaat.
Munitie en explosieven opruimen onder water? Een handje naar de kolf van DOVO.
Foto Nestor Elyn.
De volgende twee fases zijn enkel voor de marineduikers. In de nitroxmodule leren ze duiken met specifieke luchtmengsels in een semi-gesloten ciruit. De bijbehorende duikapparatuur is standaard in gebruik aan boord van alle Belgische mijnenjagers. De uitrusting is compleet gedemagnetiseerd, om te vermijden dat storingen in het magnetisch veld de onstekingsmechanismen zouden aanzetten. Gedurende elf weken krijgen de deelnemers een grondige theoretische vorming en een maximum aan natte praktijk. Dit vertaalt zich onder meer in twee weken diepzeeduiken en nog eens twee weken in het buitenland.
Tijdens het verdere verloop van zijn loopbaan krijgt de duiker- ontmijner de kans om na een cursus munitievernieuwer van vier maanden een cursus ontmijning te volgen gedurende tien maanden bij Dovo Cie Meerdaal. Het behalen van dit ontmijningsbrevet is een vereiste om bij de Dovo Cie Zeebrugge te kunnen werken. Voor de vrijwilligers biedt de duikschool eveneens een gelijkaardige maar beknoptere duikopleiding aan. Deze neemt in zijn geheel zo’n 23 weken in beslag.
Na de zuurstof- en de luchtmodule vervoegen de duikers van de federale politie en van de land- component weer hun thuisbasis. Vanaf dan krijgt elke duiker een verdere opleiding onder vorm van bijkomende cursussen of ‘on the job’, waarbij hij zich specifiek voorbereidt op en zich verder bekwaamt in de opdrachten van zijn eenheid.
Voor de duikers van de landcomponent zijn er drie mogelijkheden: ofwel komen ze terecht bij het detachement van de Dovo in Meerdaal, ofwel bij de duikers van de special forces in Flawinne, ofwel bij de gevechtszwemmers van de genie in Burcht of in Amay.
De duikers-ontmijners van de Dovo zijn springstofspecialisten die zich na het behalen van hun duikbrevet intensief verdiepen in alles wat met munitie en ontploffingstuigen te maken heeft. Ze volgen nog eens vier maanden opleiding tot munitievernieuwer en tien maanden ontmijning onder water. Voor de Dovo-duikers van de landcomponent in Meerdaal is de opruiming van munitie en explosieven in binnenwateren de hoofdopdracht. Zij werken in rivieren, kanalen, meren, steengroeves, enzovoort. De Dovo beschikt ook over een detachement duikers in Zeebrugge, dat tot de landcomponent behoort (enkel de duikers aan boord van de schepen behoren nog tot de marinecomponent). Deze duikers ruimen munitie en ontploffingstuigen op in de kustwateren en in de zeehavens van Oostende tot Knokke en in de binnenwateren van West- en Oost-Vlaanderen (ten noorden van de Boudewijn-autosnelweg). Tot slot voeren ze ook opsporingen en verkenningen van gezonken schepen uit.
Foto Pierre Bogaert.
Een geveschtszwemmer in volle actie, foto Pierre Bogaert.
Foto Nestor Elyn
Foto Nestor Elyn.
Duik vanuit een A109 Heli, Foto Pierre Bogaert.
De duikers van de special forces (de elite-eenheid van de landcomponent, gespecialiseerd in operaties achter vijandelijke linies), hebben een totaal ander takenpakket. Ze nemen eerst en vooral observatie- en verkenningsopdrachten voor hun rekening. Daarbij kammen ze vaargeulen en oevers uit en verkennen ze havens, vaartuigen en stranden. Verder voeren ze in het kader van in- of exfiltraties (het ongemerkt binnendringen en verlaten van een operatiezone) verre verplaatsingen via waterwegen uit, zowel boven als onder water. Tot slot krijgen ze ook direct-actionopdrachten toebedeeld. Deze omvatten onder meer sabotage, vernietiging van een doelwit, bevrijding van gijzelaars aan boord van een schip en bewaking van schepen.
De gevechtszwemmers van de genie vind je terug in het 4de Bataljon Genie (Amay) en in het 11de Bataljon Genie (Burcht). Zij ontfermen zich in eerste instantie over allerlei onderwaterwerken, waarbij ze met aangepast materiaal tot op een maximale diepte van 60 meter onder water kunnen snijden, lassen, slijpen en boren. Verder hebben deze duikers niet enkel versterking gekregen van enkele collega’s van de intussen opgedoekte 14de Compagnie Genie Paracommando, maar ook één van hun belangrijkste opdrachten overgeërfd, namelijk de non combat evacuation operation (NEO). In dit kader helpen ze bij de evacuatie van landgenoten uit crisishaarden in het buitenland. De gevechtszwemmers van het 11de Bn Gn ten slotte steunen ook nog amfibische landingen (met strandverkenningen, afbakening en vuursteun) en snelle rivieroverschrijdingen (fast river crossings) van de paracommando’s
Foto pierre Bogaert.
Ook de luchtcomponent beschikt over duikers. Na de zuurstof-module komen ze terecht bij het 40ste Smaldeel Heli in Koksijde, waar ze deel uitmaken van de Sea-Kingbemanningen. Zij bekwamen zich in het redden van schipbreukelingen, drenkelingen en andere ongelukkigen uit de Noordzee. Zo bevrijden ze bemanningsleden uit benarde posities aan boord van gekapseisde schepen, redden ze zwemmers in nood op het wateroppervlak of snellen ze onder water een collega-duiker in moeilijkheden ter hulp. Binnen hun smaldeel krijgen deze reddende engels een bijkomende vorming van zes maanden. In de grondcursus leren ze onder meer de Sea King van binnen en van buiten kennen, volgen ze een intensieve cursus EHBO, bekwamen ze zich in overleven op zee en maken ze kennis met alle kneepjes van het search-and-rescuevak. Daarnaast staat ook nog een vluchtopleiding op het menu, waarbij elke duiker gedurende gemiddeld een tachtigtal vlieguren aan boord van een Sea King allerlei interventies inoefent. In totaal werkt hij 25 verschillende kwalificatievluchten af onder het toeziend oog van een instructeur. Met een specifiek boordtoestel kweekt de duiker van de luchtcomponent sowieso een hechte band: de winch. Hij waakt er immers over dat elke last zonder probleem van en aan boord van de helikopter geraakt. Deze levenslijn gebruikt hij zo goed als altijd om drenkelingen uit het zilte nat aan boord te hijsen, maar je kan er ook een lading van 300 à 400 kilogram aan bevestigen en vervoeren.
Search and Rescue, 40 ste smaldeel, foto Pierre Bogaert.
Natuurlijk beschikt de marinecomponent ook over duikers. Zij maken steevast deel uit van de bemanningen van de mijnenjagers, de fregatten en het logistieke steunschip. In eerste instantie kun je altijd op hen terugvallen bij een man over boord. Zo’n reddingsprocedure wordt regelmatig ingeoefend op volle zee om een ongelukkige zo snel mogelijk weer aan boord te krijgen. Verder kunnen de marineduikers allerlei onderhoudswerken aan de scheepsrompen onder water uitvoeren of bijvoorbeeld sonaronderdelen vervangen. Aan boord van de mijnenjagers vormen de duikers-ontmijners naast het onbemande vaartuigje Pap een alternatief om zeemijnen en andere munitie onschadelijk te maken.
Alle duikers van Defensie kunnen tot slot steun leveren aan de samenleving en aan derden. Zo kunnen ze zeker van pas komen bij overstromingen en bij andere rampen in of rond het water. Ook de gerechtelijke instanties kloppen regelmatig bij hen aan, onder meer voor zoekacties onder water naar bewijsmateriaal (wapens, auto’s, lijken,…). Vanaf het ogenblik dat er onder water explosieven bij betrokken zijn, zijn de interventies exclusief voorbehouden voor de Dovo-duikers.
 
Vanachter de duikbril…
 
Ook al bereiden ze hun opdrachten soms voor met diepzeeduiken in Curaçao, de duikers van Defensie werken in weer en wind, maar al te vaak in koude en troebele wateren. Van zoekacties ten voordele van de samenleving tot ontmijningsopdrachten, de duikers aanvaarden filosofisch de moeilijkste werkomstandigheden. De complexiteit van hun taken en het gesofisticeerde materieel maken de selectie en de vorming van de duikers alsmaar veeleisender. Dit select clubje trekt bijzondere mensen aan, moedigen die permanent risico’s afwegen, individuen met een grenzeloos vertrouwen in hun gelijken.
 
Bronnen: Vox, aangevuld met fotomateriaal uit privaat-archief van Nestor Elyn, Duiker-Ontmijner Belgische Zeemacht jaren '60.